Nieuws van toen

Historici Carly Misset en Margreet Lenstra kijken in een serie korte artikelen terug naar de watersnoodramp en de situatie in de verschillende getroffen plaatsen. Maar ze schrijven ook over het herstel, de Zuiderzeewerken en hoe we tegenwoordig aan een goede bescherming werken en blijven werken.

Nieuws over watersnood maakt plaats voor de “Grote Oorlog

De rubriek Nieuws van Toen is aan de hand van archiefstukken en krantenberichten uit 1916, opgezet als wekelijkse terugblik op de actualiteit van precies 100 jaar geleden. Dit is de laatste aflevering.

Half november 1916. Langs de Zuiderzeekust wordt nog hard gewerkt aan de versterking van dijken. Voor de talloze Noord-Hollandse gezinnen die bij de stormvloed van 14 januari hun huis of vee zijn kwijtgeraakt, is de ramp nog lang niet lang niet voorbij. Dat geldt nog sterker voor de nabestaanden van de verdrinkingsslachtoffers. Maar voorpaginanieuws is de watersnood niet meer.

De krantenkoppen gaan weer over de grote oorlog in Europa en de gevolgen voor Nederland, zoals voedselschaarste en distributiemaatregelen. Niemand kan voorzien dat de oorlog pas halverwege is. Ook al blijft ons land neutraal, het geweld komt af en toe heel dichtbij. Zo gaan in 1916 op zee minstens tien grote Nederlandse schepen verloren door torpedo’s van Duitse onderzeeboten.

Terwijl de inwoners van het watersnoodgebied het gewone leven weer proberen op te pakken, speelt zich in de loopgraven in Vlaanderen en Noord-Frankrijk een drama van nog een paar maten groter af. Daar hebben de Duitse troepen zich ingegraven tegenover de Fransen en de Engelsen. Tussen juni en november 1916 boeken de laatsten een paar kilometer terreinwinst tijdens de roemruchte Slag aan de Somme. De tol aan mensenlevens alleen al daar, in die vijf maanden: ruim een miljoen.

Foto in het Nieuwsblad voor Oost-Indië, 8 november 1916.

46-2-delpher-telegraaf-15-11-1916-ddd_110549140_mpeg21_p001_image

Voorpagina van De Telegraaf van 15 november 1916.

Indirecte slachtoffers van de watersnood

De watersnood van 1916 eiste in onze omgeving twintig slachtoffers. Zestien mensen kwamen om op het eiland Marken, een militair in Broek in Waterland en drie mensen in Buiksloot/Buikslotermeer. Maar indirect vielen er meer slachtoffers, bijvoorbeeld in de gemeente Landsmeer.

Predikant H.J. Heijnes uit Landsmeer beschrijft de watersnood in het artikel Donkere dagen in het boekje Bij ons in Noord-Holland. Hij memoreert dat de meeste Landsmeerders hun dorp moesten verlaten. Velen werden in Amsterdam opgevangen en er waren ook Landsmeerders die onderdak kregen in bijvoorbeeld Den Bosch en Purmerend. Maar, zo schrijft Heijnes, “Enkele vluchtelingen zijn er tijdens den watervloed heen wedergekeerd; niet naar hun huis, weliswaar, maar naar hun graf. De ramp heeft geen rechtstreeksche, wel echter haar indirecte slachtoffers gemaakt. De slag is voor sommigen te zwaar geweest. Menigeen, vooral onder de ouden van dagen, heeft, vluchtende, de hoofdstad slechts bereikt, om er te kwijnen, en spoedig te sterven. Wij hebben hen na hun dood gebracht naar de plaats, waar zij hebben geleefd en gearbeid; het was hun wensch. Dat zijn aangrijpende tafereelen: zulke begrafenissen op het kleine kerkhof midden in het golfgeklots.” Heijnes beschrijft in detail hoe de uitvaarten verliepen. De weinige achtergebleven dorpsbewoners waren hierbij behulpzaam.

In het Overlijdensregister van de Burgerlijke Stand van Gemeente Landsmeer kunnen we precies nagaan welke inwoners in 1916 buiten het dorp zijn overleden, want de sterfgevallen buiten de gemeente werden wel ingeschreven. Van de 38 sterfgevallen dat jaar vonden er maar liefst 22 buiten de gemeente plaats. Een trieste balans. Het is helaas niet na te gaan wie er werkelijk aan de gevolgen van de ramp zijn overleden, maar voor een groot deel van hen zal dat zeker het geval zijn geweest. De eerste Landsmeerse slachtoffers die buiten de gemeente stierven waren de 79-jarige Maritje Hoeve, overleden op 3 februari als weduwe van Klaas de Waal en Geertje Booij, de 81-jarige weduwe van Arent Wals. Er volgden spoedig meer bejaarden, maar ook enkele jonge kinderen. Het laatste sterfgeval buiten de gemeente was dat van de 62-jarige Jan Roele, geboren te Broek in Waterland, maar wonende in Landsmeer, gehuwd met Neeltje Oort. Hij stierf op 1 december 1916 in Den Bosch.

overleden-buiten-landsmeer

Bron: Burgerlijke Stand Landsmeer, Overlijdensregister, collectie Waterlands Archief.

45-2-nha-prov-atlas-022-gezicht-op-landsmeer-tijdens-de-watersnood

Bron: H.J. Heijnes: Bij ons in Noord-Holland, z.j.. collectie Waterlands Archief.

Weer per stoomtram naar Volendam

Heel wat Volendammers maken op 1 november 1916 een vreugdedansje. Hun dorp is niet meer alleen over het water bereikbaar, maar ook weer over land, per spoor. Het isolement heeft na de watersnood bijna tien maanden geduurd. De Tweede Noord-Hollandsche Tramwegmaatschappij hervat nu de stoomtramdienst met Edam en daarmee is ook het laatste stukje van het Waterlandse tramspoornet weer in bedrijf.

De Volendammers hebben er lang op moeten wachten. Sinds 1 juli reden de andere Waterlandse tramlijnen weer als vanouds, maar hun eigen tram nog steeds niet. Grote stukken van de spoordijk en de trambaan waren bij de overstromingen van januari en februari weggeslagen. Voor het herstel was de aanvoer van veel materieel en van tonnen zand uit de duinen nodig. Daarbij had de aannemer wel harder mogen werken, zeggen veel Volendammers hardop.

In Volendam zelf is het geweld van het water nog overal zichtbaar. Zo’n 400 huizen onderaan de dijk hebben maanden onder water gestaan. Na een grootscheepse evacuatie zijn bijna alle bewoners weer thuis. Met de tram keert nu ook het toerisme terug, hopen ze. Van de tramverbinding wordt sinds de eeuwwisseling steeds meer gebruik gemaakt door binnenlandse en buitenlandse toeristen.

Foto: Stoomtram bij het tramstation in Edam, begin 20ste eeuw. Bron: www.traminfo.nl.

44-2-spc-01-11-1916-hervatting-tramdienst-edam-volendam-fa8d4f5c-2cbf-faa3-df3f-a1b70a482d99

Aankondiging in de Goedkope Purmerender Courant, 1 november 1916. Bron: Krantenarchief Waterlands Archief.

44-3-spoorlijn-edam-volendam-1916-het-leven-kopie-van-www-poldersporen-nl

Ondergelopen tramspoorbaan tussen Edam en Volendam.

Bron: foto uit geïllustreerd tijdschrift Het Leven van 19 januari 1916.

Kerk Landsmeer weer spik en span

De hervormde kerk van Landsmeer was een van de vele kerken in het rampgebied waar (tijdelijk) vee in werd gestald. Dat weten we uit twee persoonlijke verslagen uit Landsmeer. Allereerst dat van Aagje Goede-Kalf. Zij beschrijft hoe het vee spoedig na het uitbreken van de ramp in de kerk werd gestald: ’De Nederlands Hervormde kerk werd ’s avonds vol met koeien gezet. Van P. Blees kwamen er 42 koeien in, ook stonden er eenige paarden in en de banken van de ouderlingen stonden met geiten. Wat een aanblik, de kerk die er zoo keurig netjes uitzag nu gelijk een koestal.’

Daarnaast is er het door de Landsmeerse predikant H.J. Heijnes geschreven boek ‘Bij ons in Noord-Holland’. In het hoofdstuk Donkere dagen heeft hij zijn herinneringen aan de ramp weergegeven. Een van de onderwerpen die aan de orde komen is het bezoek van koningin Wilhelmina aan het getroffen dorp. Zij bezocht de kerk en het raadhuis en trok zich niets van het vee aan: ‘De koningin doorwandelt beide gebouwen. Tusschen de koeien in de kerk stapt zij door. De verontreinigde vloer schrikt haar niet af. Bij den preekstoel, tegenover den kerk-ingang, staat, zwaarmoedig, een boerenpaard, dat onlangs, onbeheerd, door de golven is komen aanwaden; de koningin klopt het verfomfaaide beest op den nek.’

Het mag duidelijk zijn: de kerk was er niet op vooruit gegaan tijdens het verblijf van de dieren. Toen ze waren vertrokken was de kerk niet alleen vervuild maar ook hier en daar beschadigd. Daarom was een opknapbeurt geen overbodige luxe. Eind oktober 1916 was de kerk weer ‘spik en span’. De schilder en stukadoor hadden dankbaar werk geleverd. De kerkgangers konden de diensten weer bijwonen in een keurige kerk.

Een verslaggever van de Goedkoope Purmerender Courant van 22 oktober 1916 maakte melding van het herstelwerk en besloot zijn tekst met de volgende, toepasselijke wens: ‘We zullen hopen, dat de koeien in zulk een gebouw niet meer behoeven terug te keeren.’

Foto: Kerk van Landsmeer. Bron: Beeldbank Waterlands Archief, Purmerend.

Publiek stroomt toe voor watersnood op het witte doek

Extra voorstellingen! Galavoorstellingen! Nieuwe spectaculaire opnamen uit het rampgebied! In kranten in het hele land wemelt het in 1916 van advertenties en berichten over de vertoning van watersnoodfilms. Zo zijn er de bekende Edammer kermisexploitanten Manus Regter en Jan de Jong. Met hun reizende bioscoop of ‘Biograaf Theater’ trekken ze langs de kermissen op het Noord-Hollandse platteland.

De ontwikkelingen in de filmindustrie gaan na 1900 razendsnel. De eerste bewegende beelden van de watersnood zijn meteen in de dagen na de dijkdoorbraken gemaakt. In een verbazend tempo worden ze gedupliceerd en gedistribueerd. De eerste advertenties voor filmvertoningen verschijnen al op 19 januari, vijf dagen na de ramp, in de kranten. Nijmegen zou de primeur van de projectie van de eerste watersnoodfilm hebben gehad.

Van de honderden meters film die er blijkens kranten en andere bronnen geweest moeten zijn, is het overgrote deel verloren gegaan. In archieven en beeldcollecties is tot nu toe maar  zo’n 10 minuten bewegend beeld van de watersnood teruggevonden. Dit materiaal is de afgelopen tijd zo goed mogelijk gedocumenteerd. Filmmaakster Miranda van der Spek maakt er een nieuwe montage van, die in november wordt gepresenteerd. Miranda’s  eerdere muziekdocumentaire over de watersnood, ‘Water-Woestenij’, is de afgelopen maanden met veel succes in Noord-Holland vertoond.

Foto: Advertentie uit Ons Blad, Katholiek Nieuwsblad voor Noord-Holland, 7 oktober 2016. Bron: Digitaal krantenarchief  Regionaal Archief Alkmaar.

42-2-biograaf-theater-foto-oud-edam-251-2001

Het reizende bioscooptheater van De Jong, foto uit ca. 1925. Bron: archief J. de Jong in tijdschrift Oud Edam jrg.25, 1 (april 2001).

 

42-3-delpher-haagsche-courant-28-01-16-mmkb04_000142193_mpeg21_p008_image

Advertentie uit De Haagsche Courant, 8 januari 1916. Bron: Delpher, digitaal krantenarchief Koninklijk Bibliotheek.

 

Publiek stroomt toe voor watersnood op het witte doek

Extra voorstellingen! Galavoorstellingen! Nieuwe spectaculaire opnamen uit het rampgebied! In kranten in het hele land wemelt het in 1916 van advertenties en berichten over de vertoning van watersnoodfilms. Zo zijn er de bekende Edammer kermisexploitanten Manus Regter en Jan de Jong. Met hun reizende bioscoop of ‘Biograaf Theater’ trekken ze langs de kermissen op het Noord-Hollandse platteland.

De ontwikkelingen in de filmindustrie gaan na 1900 razendsnel. De eerste bewegende beelden van de watersnood zijn meteen in de dagen na de dijkdoorbraken gemaakt. In een verbazend tempo worden ze gedupliceerd en gedistribueerd. De eerste advertenties voor filmvertoningen verschijnen al op 19 januari, vijf dagen na de ramp, in de kranten. Nijmegen zou de primeur van de projectie van de eerste watersnoodfilm hebben gehad.

Van de honderden meters film die er blijkens kranten en andere bronnen geweest moeten zijn, is het overgrote deel verloren gegaan. In archieven en beeldcollecties is tot nu toe maar zo’n 10 minuten bewegend beeld van de watersnood teruggevonden. Dit materiaal is de afgelopen tijd zo goed mogelijk gedocumenteerd. Filmmaakster Miranda van der Spek maakt er een nieuwe montage van, die in november wordt gepresenteerd. Miranda’s eerdere muziekdocumentaire over de watersnood, ‘Water-Woestenij’, is de afgelopen maanden met veel succes in Noord-Holland vertoond.

Afbeelding: Advertentie uit Ons Blad, Katholiek Nieuwsblad voor Noord-Holland, 7 oktober 2016.
Bron: Digitaal krantenarchief Regionaal Archief Alkmaar.

reizende-biograaf-theater

Front van het reizende bioscooptheater van De Jong, foto uit ca. 1925.
Bron: archief J. de Jong in tijdschrift Oud Edam jrg.25, 1 (april 2001).

 

advertentie

Advertentie uit de Haagsche Courant, 8 januari 1916.
Bron: Delpher, digitaal krantenarchief Koninklijk Bibliotheek.

 

Hogere dijk en diepere polder…

Tijdens het noodweer in de nacht van 13 op 14 januari 1916 breekt de dijk niet alleen door op enkele plaatsen. Hij raakt ook beschadigd, onder meer langs polder de Zeevang. De schade is aanzienlijk. Onder leiding van dijkgraaf K. Kaaskoper coördineert het polderbestuur de herstelwerkzaamheden, te beginnen met een aanbesteding op 20 juni 1916. Het werk wordt door enkele aannemers uitgevoerd, met de heer G. Erdtsiek als opzichter.

Het herstel duurt bijna twee jaar. Er wordt een dijkmagazijn gebouwd en de dijk wordt verstevigd en opgehoogd. Daarvoor wordt klei uit de achterliggende Etersheimerbraakpolder met wagonnetjes naar de dijk getransporteerd. Er ontstaat daar een diepe kleiput, gelegen op 6.60 m onder de NAP: een van de laagste punten van ons land.

9 oktober 1916 wordt wellicht een mijlpaal bereikt: aannemer W. Arntz & Co uit Millingen bevestigt in een brief aan ‘Heeren Dykgraaf en Heemraden’ dat ‘thans alle afschuivingen en gaten hersteld zijn, behoudens de afschuivingen tusschen H.P.47 en K.P.5’.

Het verloop van het herstelwerk is kort beschreven in twee dagboeken. Er staan aantekeningen in over geleverde materialen, personele inzet, inspectiebezoeken, constatering van dijkverzakkingen enzovoorts. Er wordt ook melding gemaakt van onwerkbare dagen, bijvoorbeeld vanwege regen of vorst. Eind januari 1917 gooit het winterweer roet in het eten. In het dagboek staat met rode inkt: ‘Wegens vorst geen werkzaamheden deze week verricht’.

De dagboeken geven een aardig beeld van het herstelproject; de verdere stukken uit het archief van Polder de Zeevang completeren het dossier.

De tentoonstelling in het Schooltje van Dik Trom in Etersheim (www.hetschooltjevandiktrom.nl) geeft een mooi beeld van het proces van dijkherstel.

Foto: Pagina uit een van de dagboeken van het dijkherstel. Bron: archief Polder de Zeevang, Waterlands Archief, Purmerend.

polder-de-zeevang-1827-1930-invnrs-216-217-dagboeken-dijkherstel-1916-en-1917

Brief Aannemer W. Arntz & Co, d.d. 9 oktober 1916. Bron: archief Polder de Zeevang, Waterlands Archief, Purmerend.

nha-prov-atlas-03703

  • Met wagonnetjes wordt klei uit de Etersheimerbraakpolder naar de beschadigde dijk gebracht. Bron: Beeldbank Noord-Hollands Archief, Haarlem.

 

De watersnood van Piet en Klaas

‘De jongens stormden terug, soms tot aan de knieën in het water. “Naar de stal, Piet. Misschien is er nog wat achter gebleven.” In den hoek klonk een klagend: blè, blè!

“Het kalfje,” mompelde Klaas. „Wacht maar, stom beest, we komen je helpen, hoor.” Piet greep de lantaren en gevolgd door Klaas stapte hij de deel op. Daar lag het hulpbehoevende dier, de vorigen nacht geboren.’

Piet en Klaas zijn de hoofdpersonen uit het jeugdboek ‘De dijk bezweken’. Piet, dertien jaar oud, en zijn even oude neef Klaas redden in de vroege ochtend van de watersnood een pasgeboren kalfje uit een stal waar het water al naar binnen stroomt. Even eerder hebben ze met echte heldenmoed tientallen koeien uit de stal naar de dijk gedreven.

Het boek van onderwijzer Hendrik Gras verschijnt al in de loop van 1916. Gras groeide zelf op in Monnickendam en kent de stad en de wijde omgeving op zijn duimpje. Aan de hand van de avonturen van de twee jongens schetst hij een spannend en uitstekend gedocumenteerd beeld van het verloop van de watersnood. Het verhaal begint in de avond voor de stormnacht en loop door tot en met het dichten van de dijkgaten, het wegpompen van het water en de terugkeer van de bewoners uit het rampgebied naar huis.

De prachtige illustraties bij het verhaal zijn gemaakt door de bekende schilder, tekenaar en illustrator Willy Sluiter. Toch is het boek van Gras veel minder bekend dan ‘De dijken breken’ van jeugdboekenauteur Cor Bruin, dat twintig jaar later verschijnt en een aantal malen is herdrukt.

Gelukkig is ‘De dijk bezweken’ te lezen en in zijn geheel te downloaden via de website van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren: http://www.dbnl.org/arch/gras028dijk01_01/pag/gras028dijk01_01.pdf

Omslag en illustraties uit H. Gras, De dijk bezweken. Een ware geschiedenis van twee hollandsche jongens tijdens den watersnood van 1916.Uitgave Scheltens & Giltay, Amsterdam 1916.

Bron: Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren DBNL.

40-2-h-gras-de-dijk-bezweken-omslag

40-3-h-gras-de-dijk-bezweken-illustratie-willy-sluiter

Het huwelijksbootje van Gerrit en Neeltje

Eind september waren er in de omgeving van Broek in Waterland nog steeds wegen onbegaanbaar. Dat blijkt uit een krantenbericht in de Goedkoope Purmerender Courant van 27 september. Een bruidspaar uit Zuiderwoude kon op donderdag 21 september niet, zoals gebruikelijk, per rijtuig naar Broek in Waterland. Het vervoer van de trouwlustigen, hun familie en getuigen ging daarom per boot. Bruid, bruidegom en familie zaten in een boot met ‘aanhangmotor’. De getuigen zaten in een roeibootje dat er aan vast was gemaakt. De krant schreef: “Voor het raadhuis legde men aan. Het bruidspaar verliet met familie en vrienden het vaartuig om weinige oogenblikken later voor goed in het huwelijksbootje te stappen. Deze bruiloftstocht te water had nogal bekijk.’

Wie was dit bruidspaar, dat volgens de verslaggever zoveel bekijks trok? Dat moeten de 25-jarige Gerrit Tromp en de 21-jarige Neeltje Lof zijn geweest. Zij trouwden 21 september en zijn het enige paar dat die maand trouwde in de gemeente Broek in Waterland, waaronder ook de dorpen Zuiderwoude en Uitdam vielen. En zo was het bootje met de ‘aanhangmotor’ voor Gerrit en Neeltje letterlijk en figuurlijk hun huwelijksbootje…

Bronnen:

  • Goedkoope Purmerender Courant van 27 september. Collectie Waterlands Archief, Purmerend.
  • Burgerlijke Stand van Broek in Waterland, inventarisnr 29. Collectie: Waterlands Archief, Purmerend

Foto: Het gemeentehuis van Broek in Waterland. Collectie: Beeldbank Waterlands Archief, Purmerend.

Bezorgdheid om veiligheid dijken met herfst en winter in zicht

Op 13 en 14 september 1916 trekken zware regenbuien over Noord-Holland. Een harde noordenwind zwiept het Zuiderzeewater op. In Monnickendam staan de straten bij de haven blank. Bij Uitdam loopt de Nespolder onder en op Marken stroomt het zeewater over de kades de weilanden in. Daar moet het vee al op stal. Noord-Holland heeft de eerste herfststorm te pakken.

De in januari doorgebroken zeedijken zijn dicht, maar nog altijd zwaar beschadigd. Bij het herstel zijn er tegenslagen, lekken en nieuwe verzakkingen. In Waterland en de Anna Paulownapolder zien de inwoners met groeiende zorg de komende maanden tegemoet. Doorstaan de verzwakte dijken een volgende superstorm?

Als noodmaatregel laat de provincie de kruin van de zeedijk op zwakke plekken versterken met kistdammen. Ook zal de noodwaterkering tussen Purmerend en Oostzaan tot het voorjaar in stand blijven. Het vergroot het vertrouwen niet. De Noord-Hollanders bidden en hopen vooral op een milde winter.

 

Foto: Dijkonderzoek, Anna Paulownapolder, mei 1916.

Bron: Noord-Hollands Archief, collectie Provinciale Atlas.

 

38-2-wa-gpc-10-09-16-haperende-dijkversterking-ef942065-21bc-926e-fb5d-80d72b42403e
Goedkoope Purmerender Courant, 10 september 1916.
Bron: Krantenarchief Waterlands Archief.

 

 

 

 

38-3-ra-schager-courant-16-09-16-ap-polder-bezorgheid-over-dijken
Schager Courant, 16 september 1916.
Bron: Krantenarchief Regionaal Archief Alkmaar.